Onder estate planning wordt verstaan het adviseren over het overdragen van (familie)vermogen aan kinderen en/of kleinkinderen op de (fiscaal) meest gunstige wijze.
Het gaat over het treffen van maatregelen om de nalatenschap in de toekomst zo klein mogelijk te maken en het successierecht daarover te beperken.
Er bestaan diverse mogelijkheden om successierecht te besparen:
A. door middel van het opmaken van een zo flexibel mogelijk testament;
B. door middel van het opheffen van huwelijksvoorwaarden óf het uitbreiden van de bestaande huwelijksvoorwaarden met een finaal verrekenbeding;
C. door middel van vermogensoverdracht tijdens het leven via:
1. schenking door overmaking van geld;
2. schenking door schuldigerkenning (schenking "op papier");
3. overdacht van de eigen woning onder voorbehoud van een genotsrecht (het recht van vrij wonen) of huur.
A. In een flexibel testament zijn verschillende keuzes opgenomen, die de langstlevende echtgenoot pas hoeft te nemen bij overlijden van de eerststervende echtgenoot.
Zo kan de langstlevende echtgenoot binnen 3 maanden na het overlijden kiezen voor de wettelijke verdeling (alles eigendom van de langstlevende en langstlevende blijft de erfdelen van de kinderen schuldig) óf voor vruchtgebruik (vruchtgebruik bij langstlevende en kinderen bloot eigendom) óf voor een combinatie van beiden.
Binnen 8 maanden na het overlijden kan de langstlevende de hoogte van de rente vaststellen te betalen aan de kinderen over de schuldig gebleven bedragen. Deze keuze bepaalt mede het totale successierecht, dat verschuldigd is bij overlijden van de eerststervende en door de langstlevende moet worden opgehoest.
Mocht in het testament gekozen zijn voor een kleiner erfdeel voor de langstlevende dan het kindsdeel en mocht dit bij overlijden van de eerststervende echtgenoot fiscaal niet gunstig zijn, dan bestaat nog de mogelijkheid via het in het testament gemaakte "afvullegaat" de verkrijging van de langstlevende aan te vullen.
B. Wanneer men in gemeenschap van goederen is gehuwd of wanneer men huwelijkvoorwaarden heeft met een finaal verrekenbeding bij overlijden (bij overlijden wordt afgerekend alsof er gemeenschap van goederen is geweest) bestaat de nalatenschap van de eerstervende echtgenoot uit de helft van die gemeenschap van goederen of de helft van het totale vermogen van de beide echtgenoten. Wanneer men buiten gemeenschap van goederen is gehuwd en de vermogens van de beide echtgenoten zijn verschillend, betalen de kinderen een keer successierecht over een groot vermogen en een keer over een klein vermogen. Door de progressie van het huidige successierecht wordt over een groot vermogen een hoger tarief geheven. Wanneer de beide vermogens van de echtgenoten gelijk zijn, betalen de kinderen in totaal minder successierecht dan wanneer zij eenmaal over een groot en eenmaal over een klein vermogen betalen.
C. 1. schenking door overmaking van geld
De eenvoudigste en goedkoopste manier is afgifte van het geld van hand tot hand of overmaking per bank of giro. Men kan aan kinderen en kleinkinderen jaarlijks het vrijgestelde bedrag schenken (2008: € 4.479 en € 2.688; voor kinderen die tussen de 18 en 35 jaar zijn, geldt een eenmalige verhoogde vrijstelling van € 22.379).
Aan de schenkingen kunnen allerlei clausules worden verbonden bijvoorbeeld de uitsluitingsclausule (schenking is alleen voor het eigen kind), de inbrengverplichting in de nalatenschap, het voorbehoud van bewind (de ouders houden het beheer). Deze bedingen moet vanzelfsprekend schriftelijk worden vastgelegd om bewijsproblemen te voorkomen.
Vanaf 1 januari 2003 kan de schenker tevens het recht voorbehouden de schenking te herroepen.
2. Schenking door schuldigerkenning
De schuldigerkenning geschiedt doordat bij notariële akte het te schenken bedrag wordt schuldig erkend aan de kinderen. Doorgaans wordt overeengekomen dat de kinderen dit bedrag niet kunnen opeisen voor de langstlevende ouder is overleden (behoudens gevallen als faillissement, schuldsanering e.d.). De schuld wordt voor het successierecht uitsluitend erkend indien de verplichting is opgenomen jaarlijks een zakelijk bepaalde rente over het schuldig erkende bedrag aan de kinderen te betalen en deze dan ook jaarlijks en aantoonbaar wordt betaald.
3.a. Overdracht van de eigen woning onder voorbehoud van een genotsrecht
De overdracht geschiedt doordat bij notariële akte de woning wordt overgedragen aan de kinderen, onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik of het recht van gebruik en bewoning, eindigend bij overlijden van de langstlevende van beide ouders en - dat is een keus - eventueel tevens bij het metterwoon verlaten van de woning.
Een dergelijke overdracht kan gebaseerd zijn zowel op een schenkingsovereenkomst, als ook op een koopovereenkomst. De uitsluitingsclausule kan in alle gevallen worden gemaakt, zij het dat die uitsluitend bij schenking van het huis geldt voor de woning zelf en bij een koopovereenkomst voor de koopsom. De fiscaal gunstigste methode is verkoop van het huis tegen schuldigerkenning van de koopsom, omdat in dit geval de heffing beperkt kan blijven tot 6% van de koopsom. Vervolgens kan in een reeks van jaren op de koopsom kwijtgescholden worden. In de beide andere gevallen moet ineens over de bevoordeling schenkingsrecht worden voldaan.
Het is van belang hier te letten op de fiscale gevolgen voor de Successiewet (art 10 SW fictie: woning wordt geacht nog tot de nalatenschap te behoren) en de Inkomstenbelasting.
3b. Overdracht onder voorbehoud van een huurrecht
Ook deze overdracht kan in de vorm van een schenking of een verkoop met schenking of kwijtschelding van de koopsom plaatsvinden. Voor de toepasbaarheid van de uitsluitingsclausule, de heffing van overdrachtsbelasting en/of schenkingsrecht zijn er geen verschillen met het onder 3.a. omschrevene.
In hoeverre de over te dragen woning voor vaststelling van de verschuldigde overdrachtsbelasting of het schenkingsrecht mag worden afgewaardeerd in verband met de aan te gane huurovereenkomst is onzeker. De huurovereenkomst dient op strikt zakelijke grondslag te worden aangegaan.
DE KOOPAKTE
Bij de verkoop van een huis dient sinds 1 september 2003 een schriftelijke koopovereenkomst of koopakte te worden opgemaakt.
In de koopakte worden de afspraken tussen verkoper en koper vastgelegd zoals:
- de koopprijs;
- de datum waarop de eigendom wordt overgedragen (tekenen notariële akte van levering);
- eventuele ontbindende voorwaarden en tot welke datum deze gelden (bijv. dat de koper van de koop af kan zien wanneer hij de financiering niet krijgt geregeld of wanneer hij geen huisvestingsvergunning krijgt);
- het storten van een waarborgsom of het verlenen van een bankgarantie door de koper voor een bepaalde datum ter verzekering van de nakoming van de verplichtingen.
Tevens wordt in de koopakte vastgelegd hoever de mededelingsplicht gaat van de verkoper
en hoever de eigen onderzoeksverplichting van de koper. Weet verkoper van bodemverontreiniging of asbest of van gebreken of van beperkingen in het gebruik, dan moet hij dit melden aan koper.
Naast deze mededelingsplicht van verkoper heeft koper ook een eigen onderzoeksplicht. Wat de koper zelf had kunnen vaststellen hoeft de verkoper niet te melden.
Vindt de verkoop door de makelaar plaats dan wordt de koopakte meestal door de verkopende makelaar opgemaakt.
In de koopakte wordt dan opgenomen welke notaris de akte van levering (eigendomsoverdracht) zal opstellen. De keuze van de notaris ligt bij de koper.
Het is belangrijk dat de getekende koopakte zo snel mogelijk bij de notaris komt zodat deze tijdig alle juridische haken en ogen kan beoordelen. De notaris kijkt daarbij naar de belangen van alle partijen.
Sinds 1 september 2003 is ter bescherming van de particuliere koper een bedenktijd van drie dagen ingevoerd, waarbinnen de koper zonder gevolgen kan afzien van de koop. Sinds diezelfde datum kan de koopakte worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Door deze inschrijving wordt de koper beschermd wanneer de verkoper iets overkomt (bijv. faillissement, beslag op de woning) of wanneer de verkoper later aan een hogere bieder verkoopt. De inschrijving is echter beperkt tot zes maanden. Voor de inschrijving is de tussenkomst van de notaris noodzakelijk.
Deze inschrijving geldt niet alleen voor de particuliere koper. Bij de particuliere koper kan de koopakte pas worden ingeschreven nadat de drie dagen bedenktijd zijn verstreken, tenzij de notaris de koopakte heeft opgesteld en meeondertekend. In het laatste geval kan de koopakte al onmiddellijk worden ingeschreven in het Kadaster. De notaris heeft ook de mogelijkheid van de koopakte een notariële akte te maken in plaats van een onderhandse akte. Voordelen van de notariële akte zijn de grotere bewijskracht en de executoriale titel.
ONGEDAANMAKING WETTELIJKE VERDELING
Wanneer iemand overlijdt zonder testament te hebben gemaakt en hij laat een echtgenoot en een of meer kinderen achter dan wordt, zo zegt de wet, zijn nalatenschap verdeeld. Bij die verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot op het moment van overlijden alle goederen van de nalatenschap. Laat de man bijvoorbeeld een huis na, dan is dat huis op het moment van zijn overlijden alleen eigendom van de vrouw. Zij moet ook alle schulden voor haar rekening nemen. De kinderen krijgen als erfgenaam op het moment van overlijden een vordering op de echtgenoot. Die vordering is pas opeisbaar bij het overlijden van de vrouw, bij haar faillissement en als zij in de schuldsanering terecht komt.
Het kan zijn dat de langstlevende echtgenoot liever niet alle goederen krijgt. Zo kan het de bedoeling zijn dat het huis op naam van de kinderen wordt gezet. Als het huis bij het overlijden eerst naar de langstlevende echtgenoot toegaat en die het overdraagt aan de kinderen is overdrachtsbelasting verschuldigd. Als het huis van de echtgenoot en de kinderen samen zou zijn en het zou aan de kinderen worden toebedeeld is die toedeling vrij van overdrachtsbelasting. De echtgenoot heeft in verband met dit soort constructies de mogelijkheid gekregen om de wettelijke verdeling ongedaan te maken. Dat moet binnen een korte termijn gebeuren: binnen drie maanden na het overlijden. Voor de ongedaanmaking is een notariële akte vereist.
Deze moet worden ingeschreven in het boedelregister. Dit is een openbaar register, dat zich bevindt bij de griffie van de rechtbank.
Gevolg van het ongedaan maken van de wettelijke verdeling is dat de kinderen door het overlijden van hun ouder mede-eigenaar zijn geworden van alle tot de nalatenschap behorende goederen. Bij testament kan men zorgen dat toch de langstlevende echtgenoot de touwtjes in handen houdt en niet bij de verdeling van de goederen afhankelijk is van de medewerking van alle kinderen. Voor het geval de langstlevende echtgenoot afstand doet van de wettelijke verdeling wordt ten behoeve van hem/haar in het testament een keuzelegaat en een vruchtgebruiklegaat gemaakt. Met deze legaten kan de langstlevende echtgenoot aangeven welke goederen de hij/zij in eigendom en welke goederen zij/hij in vruchtgebruik wil hebben.
De uitvoering van deze verdeling vindt dan plaats als sluitstuk van de afwikkeling van de nalatenschap meestal twaalf tot achttien maanden na het overlijden.
ENERGIELABEL VOOR EEN WONING
Vanaf 1 januari 2008 moet bij de verkoop van een huis de verkoper het energielabel van de woning aan de koper verstrekken.
Het energielabel wordt ook wel genoemd het energieprestatiecertificaat.
Het energielabel geeft aan hoe energiezuinig een woning is. Dit kan variëren van A-klasse (het meest zuinige: groen) tot G-klasse (het minst zuinige: rood).
Het energielabel wordt afgegeven door een gecertificeerd adviseur.
In een goed geïsoleerd huis met zuinige installaties voor verwarming, warm water en ventilatie zijn de energiekosten relatief laag en is het huis minder schadelijk voor het milieu.
Om deze reden is een huis met een groen label van de A-klasse meer waard en makkelijker te verkopen dan een soortgelijk huis met een rood label uit de G-klasse.
Bij het sluiten van de koopovereenkomst dient het originele energielabel aan de koper te worden overhandigd. Omdat op dat moment nog om verschillende redenen de koop kan worden ontbonden, adviseert het ministerie van VROM bij het sluiten van de koopovereenkomst een kopie van het energielabel aan de koper te overhandigen en het origineel pas bij het tekenen van de akte van levering.
Wanneer de notaris is betrokken bij het tot stand komen van de koopovereenkomst zal deze de verkoper wijzen op zijn verplichting en de koper wijzen op zijn recht.
Is de koopovereenkomst door een makelaar opgesteld of hebben verkoper en koper de koopovereenkomst zelf opgesteld, zal de notaris navraag doen of het energielabel al is overhandigd of verkoper wijzen op zijn verplichting en koper wijzen op zijn recht.
De koper kan ook afzien van zijn recht.
Geen energielabel is nodig als:
1. er een recent EPA (EnergiePrestatieAdvies) is opgesteld tussen 1 juli 2002 en 1 januari 2008 door een gecertificeerd adviseur;
2. de woning minder dan tien jaar oud is (d.w.z. 10 jaar te rekenen vanaf de aanvraag van de bouwvergunning). Bij de bouwvergunningaanvraag is dan al een EPC (EnergiePrestatieCoëfficiënt) berekend.
DE PARTNERVERKLARING (OOK GENOEMD WEDUWEVERKLARING)
Het kan zijn dat u bij uw hypotheek heeft gekozen voor een hypothecaire geldlening, waaraan een levensverzekering is gekoppeld. De rechten op deze polis van levensverzekering worden in dat geval verpand aan de geldverstrekker. Wanneer de polis tot uitkering komt moet deze uitkering worden aangewend om de hypotheekschuld af te lossen. Om deze reden wordt de begunstiging in de polis tijdens de duur van de verpanding aangepast en komt deze te luiden ten behoeve van de geldverstrekker.
In een "normale" (wanneer de verzekering niet gekoppeld is aan een hypothecaire geldlening) begunstiging van een levensverzekering of overlijdensrisicoverzekering staat als eerste begunstigde vermeld de echtgenoot/partner. Deze normale begunstiging kan ook bij een koppeling aan een hypothecaire geldlening gehandhaafd blijven als u een zogenaamde partnerverklaring tekent. In deze verklaring geeft u (de langstlevende), als eerste begunstigde van de polis, aan dat u nu al volmacht verleent aan de levensverzekeringmaatschappij om bij overlijden van uw echtgenoot het vrijgekomen bedrag uit de polis rechtstreeks aan de geldverstrekker uit te keren.
Deze partnerverklaring kan voor u fiscaal aantrekkelijk zijn.
Wanneer de partnerverklaring is getekend komt de uitkering voor het successierecht alleen ten gunste van de langstlevende echtgenoot/partner. Wanneer de begunstiging is gewijzigd en geldt ten behoeve van de geldverstrekker, komt de uitkering voor het successierecht in mindering op de hypotheekschuld en dus ten gunste van alle erfgenamen, zowel de echtgenoot/partner als de kinderen. Aangezien de echtgenoot/partner een veel hogere vrijstelling (2006: € 507.803,--) voor het recht van successie heeft dan de kinderen (2006: € 8.680,-- of geen vrijstelling) kan het tekenen van een partnerverklaring voordeliger voor het successierecht zijn. U moet wel rekening houden met een eventuele "imputatie" van uw weduwe/partnerpensioen op de hoogte van de vrijstelling. Dit laatste betekent dat wanneer u een weduwe/partnerpensioen ontvangt de waarde hiervan wordt gekapitaliseerd en deze gekapitaliseerde waarde in mindering komt op de hoogte van uw vrijstelling. De vrijstelling is echter nooit lager dan € 145.088,-- (2006). Van invloed zijn ook de inhoud van eventuele testamenten en huwelijksvoorwaarden.
Wanneer u heeft gekozen voor een partnerverklaring kan deze later altijd nog worden ingetrokken. Het is daarom belangrijk dat u in de toekomst regelmatig nagaat of de destijds getekende partnerverklaring gezien uw gewijzigde situatie of de samenstelling van uw vermogen voor u nog wel fiscaal voordelig is, zodat u tijdig, wanneer dit nodig mocht zijn, met uw geldverstrekker en de levensverzekeringmaatschappij kunt overeenkomen dat de partnerverklaring ongedaan wordt gemaakt en de begunstiging van de levensverzekering wordt gewijzigd.
Of in uw persoonlijke situatie op dit moment een partnerverklaring voordelig is voor het in totaal te betalen successierecht bij overlijden van u en uw echtgenoot/partner kan pas beoordeeld worden aan de hand van het maken van een berekening waarvoor relevant zijn uw huidige vermogensopstelling, uw partnerpensioenen, uw testamenten, uw huwelijksvoorwaarden, de leeftijd van u, uw echtgenoot/partner en uw kinderen.
Wanneer u dit wenst kunnen wij tegen vergoeding voor u een berekening maken van het verschuldigde successierecht bij overlijden van u en uw echtgenoot/partner voor de situatie wanneer de partnerverklaring niet van toepassing is en de situatie waarin deze wel van toepassing is. Alleen dan kunt u een juiste keuze maken. U dient er wel rekening mee te houden dat dit slechts een momentopname is.
DE VERENIGING
Wanneer twee of meer personen samen iets willen gaan doen - bijvoorbeeld op het gebied van sport, muziek of milieubescherming - kunnen zij daartoe een vereniging oprichten.
Een vereniging kan mondeling of schriftelijk al of niet bij notariële akte worden opgericht.
Hoe een vereniging is opgericht heeft gevolgen voor die vereniging en zijn bestuurders.
Is een vereniging opgericht bij notariële akte of zijn de statuten notariëel vastgelegd dan heeft de vereniging volledige rechtsbevoegdheid.
De vereniging is een rechtspersoon die kan handelen als een natuurlijk persoon en zelf onroerende zaken (bijvoorbeeld een gebouw) kan verkrijgen en die ook tot erfgenaam of legataris (iemand die een bepaald goed of geldbedrag verkrijgt uit een nalatenschap) kan worden benoemd in een testament.
Ontvangt een vereniging subsidie van de overheid dan eist deze meestal dat de vereniging volledige rechtsbevoegdheid heeft.
Verenigingen die niet opgericht zijn bij notariële akte hebben beperkte rechtsbevoegdheid.
1. Een dergelijke vereniging kan geen onroerende zaken verkrijgen of erfgenaam zijn. Ze kan wel een legaat ontvangen.
2. De bestuurders van de vereniging zijn naast de vereniging persoonlijk aansprakelijk voor schulden.
Men kan wel ingeschreven worden in het handelsregister wanneer er statuten zijn opgesteld die niet zijn opgenomen in een notariële akte.
Bij de oprichting bij notariële akte dienen de statuten te worden vastgesteld.
In deze statuten moet in ieder geval vermeld zijn:
- de naam van de vereniging en de plaats van vestiging in Nederland
- het doel van de vereniging
- de verplichtingen van de leden
- de wijze van benoemen van de bestuursleden
- de wijze van bijeenroepen van de algemene ledenvergadering
- de bestemming van een batig saldo bij de ontbinding van de vereniging
De statuten bevatten onder andere bepalingen over de interne organisatie.
Alle leden vormen samen de ledenvergadering, waarin in principe ieder lid een stem kan uitbrengen.
Tenminste een maal per jaar dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering door het bestuur te worden uitgeschreven.
Het bestuur brengt dan een jaarverslag uit en moet rekening en verantwoording afleggen.
Wanneer de ledenvergadering het jaarverslag en het gevoerde beleid goedkeuren vervalt de collectieve aansprakelijkheid van het bestuur.
De persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder ten opzichte van een derde geldt in dit geval alleen voor het plegen van een onrechtmatige daad of wanprestatie of misleiding.
Dit is anders bij een bestuurder van een vereniging met beperkte rechtspersoonlijkheid, die altijd bijvoorbeeld voor de aanschaf van bepaalde goederen voor de vereniging zelf hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de schulden van de vereniging!
HET KOPEN VAN EEN HUIS
Wat komt er allemaal bij kijken als u een woning gaat kopen? Heeft u eenmaal een huis op het oog en het huis is in de verkoop bij een makelaarskantoor dan onderhandelt u niet met de verkoper maar met de makelaar die namens de verkoper handelt. Wordt u het eens met de makelaar over de prijs en over de datum waarop u de eigendom van de woning krijgt dan zal de makelaar een koopakte opstellen. De keuze voor een notaris die zorgt voor het overgaan van de eigendom van de woning (de levering) ligt bij de koper.
Wanneer het huis niet in de verkoop bij een makelaar is, vindt de onderhandeling plaats met de verkoper en kunt u zich tot de notaris van uw keuze wenden voor het opmaken van een koopakte
Aan een koopakte is niets "voorlopig". Bij niet nakoming van uw verplichtingen bent u niet alleen een boete van 10% van de koopsom verschuldigd maar ook nog eens de geleden schade van de verkoper. De koopakte is een contract waar u na ondertekening aan gebonden bent, zij het dat:
- u drie dagen bedenktijd heeft;
- u ontbindende voorwaarden kunt opnemen voor bijvoorbeeld de financiering of het verkrijgen van een huisvestingsvergunning.
Voordat u de handtekening onder een koopakte zet, dient u niet alleen uw financiële mogelijkheden maar ook uw juridische positie te kennen.
Voor de financiering kunt u zich tevoren oriënteren bij een onafhankelijke tussenpersoon. Naast de financiering van de woning dient u er ook rekening mee te houden dat in de koopakte een aanbetaling van 10 % wordt gevraagd. U kunt hieraan voldoen door een waarborgsom te storten of een bankgarantie te verlenen. Als koper heeft u een eigen onderzoeksplicht (gebreken die u zelf kunt waarnemen hoeft de verkoper niet uitdrukkelijk te melden) en de verkoper heeft een informatieplicht als hem informatie bekend is over gebreken in de woning, die voor de koper bij inspectie niet zichtbaar zijn.
Wanneer in het eigendomsbewijs van verkoper privaatrechtelijke beperkingen zijn opgenomen (bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid van weg) dan gelden deze beperkingen ook voor de koper, maar de verkoper moet er zorg voor dragen dat deze beperkingen aan de koper bekend worden gemaakt.
Het is belangrijk dat u als koper de verkoper meldt waarvoor u de woning gaat gebruiken zodat de verkoper u kan melden dat een normaal gebruik ook mogelijk is.
Heeft u eenmaal de koopakte getekend dan gaan de drie dagen bedenktijd in zodra u als koper een getekend exemplaar van de koopakte heeft ontvangen.
De koopakte kan in het kadaster worden ingeschreven. Wanneer dit is gebeurd kan een later faillissement van de verkoper, een later beslag van schuldeisers van de verkoper of een tweede verkoop aan bijvoorbeeld een hogere bieder u niet treffen.
Hoe verloopt de procedure vanaf het moment dat de koopovereenkomst bij de notaris binnenkomt?
Na ontvangst van de koopovereenkomst onderzoekt de notaris bij het kadaster wie de eigenaar van de verkochte woning is. Soms blijken de ondertekenaar van de koopovereenkomst en de eigenaar volgens het kadaster niet dezelfde te zijn (er heeft b.v. een overlijden of een echtscheiding plaatsgevonden, die niet aan het kadaster zijn doorgegeven). De notaris onderzoekt ook op het kadaster of er beslagen zijn gelegd, of er hypotheken op rusten en of er aantekeningen voorkomen ( zoals bv. bij een monument).
Koper, verkoper en makelaar(s) ontvangen vóór het tekenen van de akte van levering een ontwerp met deze toelichting.
Zowel na de toezending van dit ontwerp als op de dag waarop de akte wordt getekend (datum van "passeren") heeft u gelegenheid tot het stellen van vragen. Tijdens het passeren zal de notaris het begin en het slot van de akte geheel voorlezen en de verdere inhoud aan u nader toelichten. Na ondertekening van de akte vindt de sleuteloverdracht plaats.
De door iedereen getekende akte blijft bij de notaris en wordt in de kluis bewaard. Een afschrift gaat naar het kadaster. Daar wordt op het afschrift vermeld wanneer het is binnengekomen en in welk "deel en nummer" het afschrift is ingeschreven. Het ingeschreven afschrift wordt teruggezonden aan de notaris, die dit doorstuurt aan de koper. Dit is het "eigendomsbewijs". De koper krijgt van de verkoper de oude eigendomsbewijzen, zodat hij kan zien wat in het verleden is gebeurd.
De notaris onderzoekt driemaal de gegevens van de verkochte woning op het kadaster. Bij binnenkomst van de koopakte, op de dag van ondertekening van de akte (vóór de akte wordt getekend) en vóór de uitbetaling van de verkoopopbrengst aan de verkoper. De notaris controleert vóór de ondertekening van de akte ook of de koopsom is betaald op de speciale kantoorrekening van de notaris (derdengeldenrekening).
Alle uitbetalingen door de notaris (ook de aflossing van de eventuele hypothecaire geldleningen van verkoper) vinden pas plaats wanneer uit een mededeling van het kadaster blijkt dat het door de notaris opgestuurde afschrift van de leveringsakte is ontvangen en ingeschreven in de openbare registers én na een laatste controle van het kadaster (of voor het tijdstip van ondertekening nog beslag is gelegd). De verkoper zal daarom een of twee werkdagen op de verkoopopbrengst moeten wachten.
De leveringsakte moet aansluiten op hetgeen de koper en verkoper met elkaar zijn overeengekomen. Op het moment dat de akte getekend is door de koper, verkoper en notaris gaat het risico over van de verkoper op de koper. Dit betekent dat de koper op de dag van de levering zijn opstal verzekering moet laten ingaan. Dit is vaak ook een voorwaarde die de hypotheek verstrekker meldt. De eigendom van een woning gaat echter juridisch over op het moment dat de akte van levering wordt overgeschreven op het kadaster.
Het kadaster is een openbaar register waar alle onroerende zaken zijn geregistreerd, waar iedereen informatie kan vragen wie eigenaar is van een bepaalde onroerende zaak en of er hypotheken op gevestigd zijn.
Heeft u voor de financiering van de woning geld van een derde nodig dan zal tegelijk met de akte van levering ook een hypotheekakte moeten worden getekend. Soms eist de geldverstrekker dat u hierbij ook een overlijdensrisicoverzekering moet afsluiten.
HET LANGSTLEVENDE TESTAMENT
Is het na de wetswijziging van 2003 nog nodig een langstlevende testament te maken of uw oude testament aan te passen? Sinds 2003 staat in de wet dat wanneer de eerste van een echtpaar overlijdt de langstlevende eigenaar wordt van alles wat zij samen op dat moment bezitten. Het is niet zo dat de kinderen dan worden onterfd. De kinderen zijn ook bij het overlijden van de eerste van hun ouders erfgenaam maar zij kunnen hun erfdeel nog niet opeisen. Het erfdeel moet voor hen wel worden berekend want er kan al successierecht over verschuldigd zijn. Hun erfdeel is echter een schuld in het vermogen van de langstlevende ouder.
In een langstlevende testament kunt u tegenwoordig nog heel veel zaken extra regelen, zoals:
Kortom het huidige langstlevende testament moet heel flexibel zijn. Bij overlijden van de eerste kan de langstlevende kiezen uit verschillende alternatieven. Bij de keuze kunnen fiscale motieven een rol spelen maar de langstlevende moet uitgaan van zijn of haar persoonlijke situatie en voorkeuren.
DE PARTNERVERKLARING (OOK GENOEMD WEDUWEVERKLARING)
Het kan zijn dat u bij uw hypotheek heeft gekozen voor een hypothecaire geldlening, waaraan een levensverzekering is gekoppeld. De rechten op deze polis van levensverzekering worden in dat geval verpand aan de geldverstrekker. Wanneer de polis tot uitkering komt moet deze uitkering worden aangewend om de hypotheekschuld af te lossen.
Om deze reden wordt de begunstiging in de polis tijdens de duur van de verpanding aangepast en komt deze te luiden ten behoeve van de geldverstrekker.
In een "normale" (wanneer de verzekering niet gekoppeld is aan een hypothecaire geldlening) begunstiging van een levensverzekering of overlijdensrisicoverzekering staat als eerste begunstigde vermeld de echtgenoot/partner.
Deze normale begunstiging kan ook bij een koppeling aan een hypothecaire geldlening gehandhaafd blijven als u een zogenaamde partnerverklaring tekent. In deze verklaring geeft u (de langstlevende), als eerste begunstigde van de polis, aan dat u nu al volmacht verleent aan de levensverzekeringmaatschappij om bij overlijden van uw echtgenoot het vrijgekomen bedrag uit de polis rechtstreeks aan de geldverstrekker uit te keren.
Deze partnerverklaring kan voor u fiscaal aantrekkelijk zijn.
Wanneer de partnerverklaring is getekend komt de uitkering voor het successierecht alleen ten gunste van de langstlevende echtgenoot. Wanneer de begunstiging is gewijzigd en geldt ten behoeve van de geldverstrekker, komt de uitkering voor het successierecht in mindering op de hypotheekschuld en dus ten gunste van alle erfgenamen, zowel de echtgenoot als de kinderen. Aangezien de echtgenoot een veel hogere vrijstelling (2005: € 503.273,--) voor het recht van successie heeft dan de kinderen (2005: € 8.602,--) is het tekenen van een partnerverklaring voordeliger voor het successierecht, zolang de uitkering samen met het kindsdeel van de echtgenote de vrijstelling van de echtgenoot niet te boven gaat of slechts tot het bedrag van het kindsdeel. U moet wel rekening houden met een eventuele "imputatie" van uw weduwepensioen op de hoogte van de vrijstelling. Dit laatste betekent dat wanneer u een weduwepensioen ontvangt de waarde hiervan wordt gekapitaliseerd en deze gekapitaliseerde waarde in mindering komt op de hoogte van uw vrijstelling. De vrijstelling is echter nooit lager dan € 143.793,-- (2005).
Wanneer u nu kiest voor een partnerverklaring kan deze later altijd nog worden ingetrokken. Het is daarom belangrijk dat u in de toekomst regelmatig nagaat of de destijds getekende partnerverklaring gezien de samenstelling van een eventuele nalatenschap voor u nog wel fiscaal voordelig is, zodat u tijdig, wanneer dit nodig mocht zijn, met uw geldverstrekker en de levensverzekeringmaatschappij kunt overeenkomen dat de partnerverklaring ongedaan wordt gemaakt en de begunstiging van de levensverzekering wordt gewijzigd.
CERTIFICERING
Bij certificering denken wij als eerste aan certificering van aandelen (van een familie vennootschap).
Stel vader heeft alle aandelen in een familievennootschap. Slechts één van de kinderen is werkzaam in de onderneming van de vennootschap. De ouders willen dat alle kinderen later delen in de opbrengst van het bedrijf maar niet dat de kinderen die niet in het bedrijf werkzaam zijn iets te zeggen over het bestuur van het bedrijf.
Bij certificering worden de aandelen in de vennootschap overgedragen aan een nieuw op te richten stichting administratiekantoor. De stichting geeft tegen deze aandelen certificaten uit, waarvan de waarde gelijk is aan die van de certificaten.
De stichting wordt opgericht door vader, die ook de eerste bestuurder wordt van de stichting en vervolgens worden door vader de aandelen overgedragen aan de stichting tegen uitgifte aan vader van certificaten. Het stemrecht op de aandelen berust dan bij de stichting terwijl de dividenden door de stichting worden uitgekeerd aan de certificaathouder.
Bij overlijden gaan de certificaten naar alle erfgenamen, terwijl de opvolging in het bestuur van de stichting is geregeld in de statuten. Het is raadzaam dat in het bestuur alle belangen vertegenwoordigd zijn en dat in het bestuur zitting nemen: het kind (de directeur), dat in de onderneming werkzaam is, één van de certificaathouders en een onafhankelijke deskundige door de beide andere bestuursleden aangewezen.
Certificering kan behalve voor bedrijfsopvolging ook gebruikt worden in de estate planning (voor het tijdens het leven zo gunstig mogelijk overdragen van vermogen aan de volgende generatie).
Het is mogelijk om ouders een stichting administratiekantoor op te laten richten en vervolgens andere vermogensbestanddelen (bv. kostbare kunstvoorwerken) over te dragen aan de stichting tegen uitgifte van certificaten aan ouders. De ouders willen zelf van de kunstvoorwerpen blijven genieten maar ook al schenkingen doen aan hun kinderen. De ouders kunnen dan jaarlijks aan ieder kind certificaten schenken.
De voordelen van certificering zijn:
a. het scheiden van het financieel-economisch belang en de zeggenschapsrechten;
b. gelijke bevoordeling van de kinderen bij verschillen in de waardeontwikkeling van verschillende kunstvoorwerpen;
c. ondeelbare zaken kunnen in waarde worden verdeeld.
Bij de oprichting van de stichting is van belang wie plaats neemt in het bestuur van de stichting. De wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders moet worden geregeld en tevens dienen de statuten te voorzien in de opvolging van de bestuurders.
Ook dienen de administratievoorwaarden te worden vastgesteld (de rechten en plichten tussen certificaathouder(s) en stichting). Met betrekking tot de kunstvoorwerpen kan tussen de ouders en de stichting een beheersovereenkomst worden opgemaakt .
DE UITSLUITINGSCLAUSULE
Er kan een uitsluitingsclausule gemaakt worden in een testament, wanneer men iemand iets wil nalaten (een erfdeel of een legaat) of men kan een uitsluitingsclausule verbinden aan een schenking.
Door het opnemen van de uitsluitingsclausule bereikt men dat het erfdeel, het legaat of de schenking verkregen wordt in het privévermogen van de verkrijger. Is de verkrijger gehuwd in gemeenschap van goederen dan valt het erfdeel, het legaat of de schenking niet in die gemeenschap van goederen. Een andere benaming voor uitsluitingsclausule is ook wel "anti-schoonzoonclausule" of "privéclausule". Bij een eventuele echtscheiding kan de ex-echtgenoot niet de helft opeisen.
De uitsluitingsclausule voorkomt ook dat het verkregene in een faillissement van de echtgenoot kan worden betrokken.
De uitsluitingsclausule kan behalve voor een gemeenschap van goederen, waarin men is gehuwd, ook gelden voor:
- verrekenbedingen, die gemaakt zijn in huwelijksvoorwaarden of samenlevingsovereenkomsten. Deze verrekenbedingen houden in dat afgerekend wordt tussen echtgenoten of samenwoners bij beëindiging van het huwelijk of de samenwoning alsof er gemeenschap van goederen is geweest;
- genoten "vruchten" van het geërfde of geschonkene zoals rente, dividenden of huur;
- datgene wat voor het geërfde of geschonkene in de plaats is gekomen ("zaaksvervanging").
Wanneer men ten tijde van het ontvangen van de schenking, het legaat of het erfdeel nog niet gehuwd is of nog niet samenwoont, geldt de uitsluitingsclausule ook voor een toekomstig huwelijkof een nog in de toekomst te maken verrekenbeding.
HET CODICIL
Wanneer u bepaalde zaken wil nalaten aan iemand hoeft dat niet altijd in een notarieel testament te gebeuren. Voor inboedelgoederen (geen schilderijen of kunstvoorwerpen), sieraden en kleren geldt dat u deze ook kunt vermaken in een codicil. Een codicil is een eigenhandig geschreven, gedateerde en ondertekende verklaring. De goederen moeten afzonderlijk omschreven worden.
Ook instructies over de begrafenis of crematie kunnen in een codicil worden aangegeven.
Vóór 1 januari 2003 mocht in een codicil ook een executeur worden benoemd.
Heeft u een codicil opgemaakt vóór 1 januari 2003 en hierin een executeur benoemd dan blijft deze benoeming geldig, heeft u echter een codicil van vóór die datum maar geen executeursbenoeming hierin opgenomen dan kan deze alleen nog in een notarieel testament plaatsvinden.
Een codicil kan gemakkelijk worden gewijzigd namelijk door deze te verscheuren en een nieuwe uit te schrijven. Nadeel van het codicil is dat het gevonden moet worden. Het kan zoekraken of verdonkeremaand worden. Het codicil dient dan ook goed opgeborgen of in bewaring genomen te worden door iemand die u vertrouwt. Wanneer u ook een notarieel testament heeft kunt u dit ook bij uw testament laten bewaren. Dit testament wordt na uw overlijden altijd gevonden.
Model voor het maken van een C O D I C I L
voor het legateren van sieraden, kleine voorwerpen van inboedel, e.d.
Geheel eigenhandig schrijven, dateren en ondertekenen.
Ondergetekende:
(voornamen, achternaam, geboorteplaats en -datum, woonplaats en adres)
legateert vrij van rechten en kosten aan:
(voornamen, achternaam, geboorteplaats en -datum, woonplaats en adres)
(voorwerpen nauwkeurig omschrijven; géén verzamelvoorwerpen zoals "mijn zilver", "mijn antiek", enz.)
af te geven binnen drie maanden na het overlijden van de langstlevende van mij of mijn echtgenote.
Het gelegateerde zal nimmer vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap in of buiten huwelijk, noch deel uitmaken van enig verblijvingsbeding of een verrekeningsovereenkomst.
Getekend te op
DE FLITSSCHEIDING
Bij de invoering van het geregistreerd partnerschap werden op het geregistreerd partnerschap bijna alle bepalingen in de wet, die gelden voor een huwelijk, van toepassing verklaard. Het geregistreerd partnerschap geldt zowel voor mensen van gelijk geslacht als voor mensen van verschillend geslacht.
Één van de weinige verschillen tussen een huwelijk en een geregistreerd partnerschap is de wijze van beëindiging.
Bij een huwelijk is altijd voor beëindiging de tussenkomst van een rechter nodig. Bij een geregistreerd partnerschap is naast de tussenkomst van de rechter ook de mogelijkheid geschapen om, wanneer beide partners het hierover eens zijn, zonder rechter het geregistreerd partnerschap te beëindigen.
Voorwaarde voor de beëindiging van het geregistreerd partnerschap zonder rechterlijke tussenkomst is dat de partners een schriftelijke overeenkomst (convenant)
hebben gesloten, waarin regelingen zijn opgenomen over tenminste de volgende onderwerpen:
- de alimentatie;
- de omgangsregeling voor de thuiswonende kinderen;
- de wijze van verdeling van de gemeenschap van goederen;
- de wijze van verrekening (verevening) van de pensioenaanspraken.
Deze overeenkomst moet mede ondertekend worden door een advocaat of notaris.
Voordeel voor het opmaken van een convenant bij notariële akte is dat de akte een executoriale titel oplevert. Dit is vooral van belang voor de alimentatie of een schuldverhouding. Wanneer één van partijen zijn bij convenant vastgelegde afspraak niet nakomt kan de deurwaarder overgaan tot innen zonder dat eerst een vonnis van de rechter nodig is.
De beëindiging van het geregistreerd partnerschap vindt plaats door deze overeenkomst in te laten schrijven bij de Burgerlijke Stand. Meestal wordt echter slechts een aparte verklaring ingeschreven getekend door de partners en de betreffende advocaat of notaris, waarin staat dat een dergelijk convenant is opgemaakt.
Gehuwden kunnen echter bij scheiding ook van deze mogelijkheid gebruik maken door eerst hun huwelijk bij de Burgerlijke Stand om te zetten in een geregistreerd partnerschap, waarna onmiddellijk dit geregistreerd partnerschap kan worden beëindigd op de hierboven aangegeven wijze.
Gezien de uitspraken van minister Donner lijkt het erop dat de flitsscheiding zijn langste tijd heeft gehad.
Er zijn echter ook nadelen aan de flitsscheiding verbonden.
Bij de wet is de alimentatie uitgebreid geregeld. Wordt een alimentatie overeengekomen bij voormeld convenant, dan zijn niet zomaar de bepalingen van de wet op deze alimentatie van toepassing, bijvoorbeeld de bepaling dat de wettelijke alimentatie slechts geldt voor de periode van 12 jaar. In het convenant moet deze periode uitd class=del_contentnopad rukkelijk worden bedongen om te voorkomen dat de alimentatie blijft doorlopen.
Het is de vraag of het aspect van kosten- en tijdsbesparing wel altijd opweegt tegen het mogelijk prijsgeven van rechten (bv. op alimentatie)?
Ook moet men zich realiseren dat het geregistreerd partnerschap (dus ook het beëindigen van het geregistreerd partnerschap) in het buitenland vaak niet wordt erkend. Dit is met name van belang wanneer u in de toekomst in het buitenland zou gaan wonen.
LEGALISATIE EN IDENTIFICATIE
Wanneer u voor het tekenen van een notariële akte zelf niet naar het notariskantoor kunt of wilt gaan en u graag aan iemand anders volmacht verleent om namens u de betreffende akte te tekenen, treft u vaak de volgende tekst aan in de bijgesloten brief:
"Uw handtekening onder de volmacht dient gelegaliseerd te worden door een notaris. Hiervoor kunt u een afspraak maken met ons of iedere andere notaris in uw omgeving. De handtekening mag niet tevoren al zijn gezet en u dient zich te legitimeren met een geldig legitimatiebewijs."
De identificatieverplichting voor de notaris vloeit in de eerste plaats voort uit artikel 39 van de Wet op het notarisambt.
De bij de akte verschijnende personen moeten aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de persoon vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht (WIP)(voor Nederlanders: een geldig paspoort of geldige Nederlandse identiteitskaart, voor in Nederland wonende buitenlanders: een geldig verblijfsdocument, voor in het buitenland wonende buitenlanders een geldig buitenlands paspoort) of aan de hand van een geldig Nederlands rijbewijs. De gegevens van het legitimatiebewijs moeten ook in de akte worden opgenomen.
Komt iemand niet zelf de akte tekenen dan moeten deze gegevens in de volmacht vermeld worden en moet bij het tekenen van de volmacht gecontroleerd worden of de handtekening ook gezet wordt door degene die zich alszodanig heeft geïdentificeerd.
WID( Wet identificatie bij dienstverlening) en MOT
Met ingang van 1 juni 2003 geldt voor het notariaat een wettelijke meldings- en identificatieplicht. Door de meldingsplicht aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties wordt het beroepsgeheim van de notaris opzij gezet. Voor alle diensten, die onder de meldingsplicht vallen, waaronder begrepen alle werkzaamheden in de vennootschaps- en ondernemingspraktijk, transacties van onroerende zaken en belastingaangiften, geldt een identificatieplicht, die in principe in persoon vóór de aanvang van de dienstverlening moet plaatsvinden. De notaris mag niet voor de cliënt aan het werk gaan dan nadat de identificatie volgens de regels van de WID heeft plaatsgevonden. De identificatieverplichting geldt niet voor het eerste oriënterende gesprek.
De notaris kan ook een afgeleide identificatie doen, dit wil zeggen dat een derde deze identificatie voor hem verricht. Ook voor andere dienstverlenende beroepsbeoefenaars bijvoorbeeld voor makelaars, advocaten, accountants en belastingadviseurs geldt deze identificatieplicht.
Met ingang van 1 januari 2005 heeft een wijziging van de Wet op de Identificatieplicht (WIP) plaatsgevonden.
Voor in Nederland wonende EU- en EER-onderdanen (onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschappen of lidstaten die partij zijn van de Europese Economische Ruimte) gelden tevens als identificatiebewijzen een geldig nationaal paspoort of een geldig EU/EER-rijbewijs, wanneer dit rijbewijs is voorzien van een foto van de houder.
In de nieuwe wet wordt het rijbewijs als algemeen identiteitsbewijs erkend. In verband hiermee zijn op dit punt ook per 1 januari 2005 de Wet op het notarisambt en de WID aangepast.